Dit boek gaat over den tijden van het arbeidsveld van de Utrechtse Zendingsvereniging in Noord Nieuw-Guinea , de zendingspioniers , de ontginning van het land , de komst van het gouvernement en de cultuur van de Papoeabevolking.

” Wij willen allereerst kennismaken met dat groote merkwaardige eiland, dat wel een klein wereld deel genoemd kan worden.Het heeft in vorm veel van een groote vogel, een soort kalkoen. Geen wonder, dat daarom , op de kaart , het grillige schiereiland in het Noorden , de ” Vogelkop ” is genoemd “.

Zo begint dit prachtige boek , opgestuurd door M.Ravenhorst.

Papoealand

 

De samenstelling ervan was moeilijk als alle pionierswerk , ik behoef tegenover collega’s en onderwijsmensen en geografen niet nader uit een te zetten . Voor een goed schoolboek moet men immers zowel de leerstof kennen als de leerling.
Wat het eerste betreft , ik vond daarbij veel steun in het 10-jarig verblijf in het tropen elders .Daarnaast mocht ik zwerven over en door Nieuw-Guinea en aan mijn vele gastvrouwen en -heren breng ik hierbij nog graag mijn dank. Ik heb daardoor ook een indruk gekregen van de leerling en -als was deze indruk vluchtig- zij was toch van die aard , dat -naast mijn enthousiasme van Zijne Excellentie de Gouverneur – ook dit een prikkel was, dit werk tot het einde te brengen.

H.Eggink

De aardrijkskunde van Nieuw-Guinea 1956